Mieren in huis: waar ze binnenkomen en wat echt werkt

Inhoudsopgave
We volgen de kennisbank van het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD), dat in Nederland mieren determineert en bestrijders adviseert.
Welke mier loopt er in je keuken?
Dat is geen detail, want de aanpak verschilt per soort. In de meeste huizen gaat het om een van deze drie.
- De wegmier. Zwartbruin tot zwart, zo’n 3 tot 5 millimeter, en volgens het KAD de bekendste mier in tuinen en bij huizen. Het nest zit bijna altijd buiten, onder tegels of langs de gevel. Ze komen binnen voor zoetigheid. Dit is de mier van de mierenstraat naar de jampot.
- De faraomier. Heel klein (2 tot 3 millimeter), bruingeel, en een heel ander verhaal. Het KAD beschrijft hem als een tropische soort die hier alleen in verwarmde gebouwen overleeft. Hij nestelt binnen, in de buurt van radiatoren, ovens en verwarmingsbuizen, en verspreidt zich door een heel woonblok. Hij eet alles, met een voorkeur voor vlees en huisdierenvoer.
- Het mediterraan draaigatje. Zwart en glanzend, en opvallend verschillend van grootte binnen hetzelfde nest. Volgens het KAD werd deze invasieve soort in 2013 voor het eerst in Nederland gevonden en komt hij vermoedelijk mee met potgrond van planten uit Zuid-Europa. Hij vormt superkolonies met veel koninginnen en is ook in de winter actief als een muurtje in de zon opwarmt.
Zie je kleine gele mieren binnen, ook ver van een buitenmuur, of lopen er in oktober nog massaal zwarte mieren rond een plek waar ooit een nieuwe pot met plant stond? Laat dan een paar mieren determineren voor je zelf iets doet. Bij het mediterraan draaigatje doet het KAD dat gratis. Die twee soorten vragen om een andere aanpak dan wat hieronder staat, en spuiten en poederen maakt het vaak erger.
Waar ze binnenkomen
Een mier die iets lekkers vindt, zet volgens het KAD een geurspoor uit naar het nest. Zijn nestgenoten volgen dat spoor, en zo ontstaat binnen een paar uur een straat. Volg die straat terug en je vindt de ingang. Meestal is dat een kier bij een raam of deurkozijn, een open stootvoeg onderin de gevel, een naad langs een buitenmuur of de plek waar een leiding naar binnen gaat.
Buiten ga je verder. Het KAD zegt het droog, je hoeft alleen de mierenstraat te volgen. Het nest zit dan meestal onder de terrastegels of langs de gevel, omdat tegels warmte vasthouden. Verzakte tegels met fijn zand ertussen zijn een bekend teken.
Wat echt werkt
- Haal het voer weg. Dit is stap één en het belangrijkst. Bewaar suiker, honing, koekjes en ontbijtgranen in goed sluitende bakken of glazen potten, sluit de afvalbak en veeg kruimels meteen op. Zet het etensbakje van de kat of hond niet de hele dag vol. Zonder voer is er geen reden om binnen te komen.
- Wis het geurspoor. Neem de looproute af met een sopje. De mieren die je ziet, zuig je op. Zolang het spoor er ligt, komen er nieuwe.
- Dicht de ingang. Kitten van kieren bij ramen en kozijnen, en insectengaas in open stootvoegen, raadt het KAD aan. Dit is een klus voor een droge middag en het werkt ook tegen andere beestjes die in de herfst naar binnen willen, zoals de stinkwants.
- Pak het nest buiten aan. Heet water in de nestopeningen houdt volgens het KAD de populatie klein, en werkt beter als je het nest eerst wat openmaakt zodat het water de koningin bereikt. Een flinke ketel kokend water, voorzichtig gegoten, is vaak al genoeg.
- Lokdoos als aanvulling. Blijf je af en toe mieren zien, dan kun je een lokdoosje bij de looproute zetten. Werksters nemen het lokaas mee naar het nest. Het KAD waarschuwt wel dat het succes beperkt is, omdat de voedselvoorkeur van mieren per seizoen wisselt. Het werkt alleen als er niets lekkerders in de buurt staat.
Lokdoos of poeder?
Dit is de vraag die iedereen stelt, en ons antwoord is dat je het zelden nodig hebt als je de eerste vier stappen goed doet. Een lokdoos werkt via het nest, omdat de mieren het gif zelf naar binnen brengen. Poeder of spray doodt vooral de mieren die je ziet, terwijl de koningin rustig doorgaat met eitjes leggen. Voor de faraomier geldt volgens het KAD zelfs dat werksters plekken met spray of poeder gaan vermijden, waardoor de plaag zich verder verspreidt. Daar werkt alleen een speciale lokgel.
Moet het toch chemisch, behandel dan volgens het KAD eerst de nestingangen buiten, en alleen vlak bij het huis. Houd elk middel weg van eten, kinderen, huisdieren en vogels, lees het etiket en check bij twijfel bij het Ctgb of het middel is toegelaten. En bedenk dat mieren in de tuin nuttig zijn. Ze ruimen op en eten andere insecten. Wij zouden een nest midden in het gazon gewoon laten zitten.
Benodigdheden en waar je ze koopt
- Afsluitbare voorraadbakken of glazen potten, bij de Hema, Blokker, Ikea of de Action
- Een emmer sop en een doek voor het geurspoor
- Een stofzuiger met smal mondstuk
- Acrylaatkit of siliconenkit en een kitpistool, bij de bouwmarkt (Gamma, Praxis, Karwei, Hornbach)
- Insectengaas of ventilatieroosters voor stootvoegen, ook bij de bouwmarkt
- Een waterkoker of grote ketel voor het nest onder de tegels
- Eventueel mierenlokdoosjes, bij de bouwmarkt, het tuincentrum of de supermarkt
Komen de mieren na een paar weken nog steeds binnen, zitten ze ook in de muren of bij de verwarming, of loopt het hele blok vol, dan is het tijd voor een plaagdierbeheerser. Vraag dan of die een geldig vakbekwaamheidsbewijs heeft, zoals het KAD adviseert. Bij de faraomier en het draaigatje is overleg met buren en de gemeente vaak nodig, want die stoppen niet bij jouw voordeur.





