Muizen tijdens een persconferentie van NEC: zo vind je hoe ze binnenkomen

Inhoudsopgave
Het is een grappig moment, maar het laat ook zien hoe het in oktober gaat. Buiten wordt het koud, en muizen zoeken een warm gebouw met eten. Een stadion met een perszaal vol kabels en leidingen is daarvoor ideaal, een rijtjeshuis met een kruipruimte ook. Dit jaar speelt dat extra, omdat er in delen van het land enorm veel muizen zijn, zoals we beschreven bij de muizenplaag in Friesland en de Betuwe.
Waarom zoeken naar de ingang zo vaak mislukt
Wie een muis ziet, begint meestal met vallen zetten en daarna met dichtmaken wat hij ziet. Het probleem is dat de kier die je ziet zelden de route is die de muis gebruikt. Muizen lopen het liefst met hun flank tegen een muur, achter kasten, langs leidingen en onder plinten door. Hun ingang zit dus vaak op een plek waar je zelf nooit kijkt, zoals achter de vaatwasser, bij de meterkast of in de kruipruimte onder het aanrecht.
Een muis heeft bovendien weinig ruimte nodig. Een gat waar een potlood doorheen past, is voor een huismuis vaak al genoeg. Dat betekent dat je niet zoekt naar een gat, maar naar sporen van gebruik. Daar zijn drie eenvoudige proeven voor.
Drie proeven die de route verraden
1. Het meelspoor. Strooi ’s avonds een heel dun laagje bloem of talkpoeder op de plek waar je een looproute vermoedt, bijvoorbeeld langs de plint in de keuken of voor het kruipluik. Een laagje zo dun dat je de vloer er nog doorheen ziet is genoeg. De volgende ochtend zie je met een zaklamp schuin over de vloer de kleine pootafdrukken en soms het streepje van de staart. Die afdrukken wijzen de richting aan, en dus ook waar de muis vandaan kwam.
2. De papierprop. Heb je een gaatje gevonden waarvan je vermoedt dat het de ingang is, stop er dan losjes een prop krantenpapier of keukenpapier in. Maak het niet meteen dicht. Is de prop na een of twee nachten weggeduwd of aangevreten, dan is het een actieve route. Blijft hij zitten, dan zoek je verder. Zo voorkom je dat je een uur bezig bent met een kier die niets met het probleem te maken heeft.
3. De zaklamp langs de plint. Muizen die steeds dezelfde route lopen, laten donkere, vettige smeerstrepen achter op plekken waar hun vacht langs de muur strijkt, vooral bij hoeken en rond gaten. Schijn met een zaklamp laag langs de plint en de onderkant van kastjes. Zie je naast zo’n streep ook keutels, dan zit je goed. Hoe je keutels herkent en veilig opruimt, lees je in ons stuk over muizenkeutels.
Werk bij alle drie de proeven met handschoenen en ruim het meel daarna op met een vochtige doek in plaats van een stofzuiger, zodat je geen stof met keutelresten de lucht in blaast.
Waar je het eerst kijkt
Begin niet overal tegelijk. De plekken waar muizen het vaakst binnenkomen zijn de openingen waar iets door de buitenmuur of vloer gaat.
- leidingdoorvoeren onder het aanrecht en achter de wasmachine
- de meterkast, waar kabels en leidingen uit de kruipruimte komen
- het kruipluik en de randen ervan
- ventilatieroosters in de gevel waarvan het gaas kapot is
- de onderkant van de voordeur, de achterdeur en de garagedeur
Leg op die plekken je meelspoor of je papierprop, en werk zo van buiten naar binnen. Wie de hele route wil nalopen, van gevel tot keukenplint, vindt een volledig stappenplan in ons artikel over muizen buiten houden. Daar staat ook hoe je een ingang dichtmaakt zonder de ventilatie van je kruipruimte af te sluiten.
Pas dichtmaken als je het zeker weet
Heb je de ingang bevestigd, maak hem dan dicht met staalwol of een rooster van fijn metaalgaas, en werk het af met kit of mortel. Schuim en kit alleen houden een muis niet tegen, daar knaagt hij doorheen. Zet de nacht erna opnieuw een dun meelspoor op dezelfde plek. Blijft dat schoon, dan heb je de goede gevonden.
Het mooie aan deze aanpak is dat hij weinig kost en je huis niet vol vallen zet. Hoe NEC het in De Goffert aanpakt, is niet bekend, en in een groot gebouw is een professionele bestrijder ook de logische keuze. Thuis kom je met een pak bloem, een krant en een zaklamp vaak al een heel eind.





