Home / Artikelen

Huisspin in de herfst: buiten zetten, laten zitten of weren?

Een glas eroverheen, een kaartje eronder en dan naar buiten. Het is de manier waarop veel mensen een grote spin uit de woonkamer krijgen, en het voelt als de vriendelijke oplossing. Volgens spinnendeskundige Peter Koomen van Natuurmuseum Fryslân is het dat in deze tijd van het jaar vaak niet. Een spin die van een warme kamer direct de herfstkou in gaat, overleeft dat waarschijnlijk niet, schreef Duurzaamnieuws op 21 oktober. Wat doe je dan wel met een spin die je niet in huis wilt hebben?
Grote huisspin in zijn trechterweb
Beeld: Steve Downer - Wildlife + Macro Cinematography via YouTube
Inhoudsopgave

Waarom buiten zetten in de herfst slecht afloopt

Sommige spinnen kunnen zich voorbereiden op de winter. Ze verhogen langzaam de hoeveelheid glycerine in hun lichaamsvocht, en dat werkt als een soort antivries. Dat kost tijd. Een spin die van naast de verwarming in één keer naar buiten gaat, heeft die tijd niet gehad, legt Koomen uit. Daar komen regen, wind, roofdieren en minder beschutting bij.

Het verschilt per soort. Spinnen die oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied komen, redden zich prima in een verwarmd Nederlands huis maar niet buiten in onze winter. “In een verwarmd huis overleven ze nog wel, maar buiten redden ze het niet in ons land”, zegt Koomen in Duurzaamnieuws. Voor de grote huisspin die je nu vooral ziet, geldt dat de mannetjes na de paring toch al doodgaan. De vrouwtjes kunnen twee tot drie jaar oud worden, en uitschieters tot zes jaar zijn waargenomen.

Waarom je er nu zoveel ziet

De piek in september en oktober komt niet doordat spinnen massaal binnenkomen voor de warmte. Het zijn vooral mannetjes van de grote huisspin die hun web hebben verlaten om een vrouwtje te zoeken. Hun paartijd loopt tot eind oktober. De vrouwtjes blijven in hun web zitten, en de spinnen die je over de vloer ziet rennen, zaten meestal al langer in huis. Je merkt ze alleen nu op. Daarover schreven we eerder in ons stuk over spinnen in huis in september.

Dat betekent ook dat het probleem vanzelf kleiner wordt. Over een paar weken is de paartijd voorbij en zie je veel minder spinnen lopen, zonder dat je iets hebt gedaan.

Laten zitten, verplaatsen of weren

Er zijn grofweg drie keuzes, en welke je kiest hangt af van hoeveel last je ervan hebt.

Laten zitten. Dat is volgens de spinnenkenners de beste optie. Peter van Helsdingen van Naturalis zegt in hetzelfde artikel dat spinnen mensen niet aanvallen. Een spin in huis vangt vliegjes, en het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen noemt ook muggen, tapijtkevers, papiervisjes, stofluizen en motten als prooi. Een spin in de hoek van de bijkeuken doet dus nuttig werk. Dat is ook ons advies, zolang er geen spin boven het bed hangt.

Verplaatsen binnen. Kun je echt niet met een spin in de woonkamer leven, vang hem dan met een glas en een kaart en zet hem op een rustige plek binnen, zoals de zolder, de berging of de meterkast. Een onverwarmde schuur of garage is een tussenweg als je hem echt uit huis wilt. Daar is het koeler dan in de kamer, maar hij zit wel beschut en droog.

Weren. Wie minder spinnen wil, moet zorgen dat er minder binnenkomen en dat er minder te eten is. Daar heb je meer aan dan aan elke spin die je wegbrengt.

  • Plaats horren voor ramen die je vaak openzet, en een deurhor voor de achterdeur.
  • Dicht kieren en naden rond kozijnen, leidingdoorvoeren en plinten met kit of een tochtstrip.
  • Pak de prooi aan. Het KAD wijst erop dat veel spinnen een teken zijn dat er veel vliegen, muggen of andere insecten zijn. Minder insecten betekent minder spinnen.
  • Stofzuig regelmatig donkere, stoffige hoeken achter kasten en onder trappen, waar spinnen hun webben en eicocons maken.
  • Laat buitenlampen niet de hele avond bij een open raam branden, want licht trekt insecten aan en daarmee spinnen.

Middeltjes met pepermuntolie of kastanjes worden vaak aangeraden, maar daar geven de kenners in de bronnen geen enkele onderbouwing voor. Ons advies is om je tijd liever in een goede hor te steken.

Niet elke spin is een huisspin

Een spin met heel lange dunne poten en een klein lijfje, die in een slordig web tegen het plafond hangt, is meestal een trilspin. Die laat je ook gewoon zitten. Een langpotig beestje zonder taille dat over de muur loopt, is vaak geen spin maar een hooiwagen, en waarom je die beter niet opzuigt lees je in ons stuk over de hooiwagen in huis. Het KAD noemt verder de valse wolfspin, een soort uit Zuid-Europa die sinds 2007 in Nederland is vastgesteld en vooral in gebouwen wordt gezien. Ook die bijt alleen als hij zich sterk bedreigd voelt, en de beet wordt als mild ervaren.

Wat je nodig hebt

  • Een glas en een stevig kaartje of ansichtkaart
  • Horren voor ramen, of een hor op maat voor het dakraam
  • Een deurhor of vliegengordijn voor de achterdeur
  • Acrylaatkit en tochtstrips
  • Een stofzuiger met een smal mondstuk voor hoeken

Horren, deurhorren, kit en tochtstrips liggen bij bouwmarkten als Gamma, Praxis, Karwei en Hornbach. Voor een dakraam bestel je een passende hor meestal bij de fabrikant van het raam. Een spinnenvanger met een lange steel, waarmee je een spin vangt zonder hem aan te raken, vind je bij tuincentra en online winkels als Bol.

Redactie Morz

Lees meer over onze redactie en werkwijze.