Home / Artikelen

Bedwantsen worden lastiger te bestrijden: waarom gif minder goed werkt

Wie bedwantsen in huis heeft, grijpt vaak eerst naar een spuitbus uit de winkel. Dat voelt als ingrijpen, maar het helpt steeds minder. Duurzaamnieuws zette op 24 oktober op een rij waarom. Volgens plaagdierbestrijder Rentokil zijn veel bedwantsenpopulaties inmiddels ongevoelig voor de stoffen in sprays en poeders voor consumenten. Het RIVM ziet sinds 2010 een toename van bedwantsen in Nederland, en bestrijdingsbedrijf Beestjes Kwijt kreeg na de zomer van 2025 40 procent meer meldingen dan in de periode ervoor.
Close-up van een matrasnaad die met een zaklamp wordt gecontroleerd
Foto: Kathyryn Tripp via Unsplash
Inhoudsopgave

Hoe je bedwantsen herkent en je bed controleert, beschreven we eerder in bedwantsen nemen toe in Nederlandse huizen. Dit stuk gaat over de vraag die daarna komt. Waarom werkt gif minder goed, en wat betekent dat voor de aanpak?

Wat resistentie bij bedwantsen betekent

Resistentie wil niet zeggen dat een middel bij elke bedwants faalt. Het betekent dat een deel van de dieren een behandeling overleeft, omdat ze erfelijk minder gevoelig zijn voor de werkzame stof. Die overlevers planten zich voort, en na een paar generaties bestaat de populatie grotendeels uit dieren waar het middel weinig meer doet. Duurzaamnieuws noemt genetisch onderzoek waarbij de genen van de bedwants in kaart zijn gebracht, en dat laat zien dat het insect resistent wordt tegen bestrijdingsmiddelen.

Voor jou thuis heeft dat twee gevolgen. Het eerste is dat je na een spuitbeurt minder bedwantsen ziet en denkt dat het werkt, terwijl de taaiste exemplaren blijven zitten. Het tweede is dat je ze met spuiten verjaagt. Volgens de GGD jaag je ze met middelen uit de winkel hooguit naar andere kamers, zoals we eerder schreven in ons stuk over bedwantsen na een reis. Ze kruipen dan naar de kamer ernaast of achter de plinten. Dan heb je in plaats van één besmette slaapkamer er twee.

Waarom bestrijders om nieuwe middelen vragen

De Nederlandse Vereniging van Plaagdiermanagementbedrijven (NVPB) riep op 10 februari 2026 op om nieuwe werkzame stoffen toe te laten. Het idee daarachter is afwisselen. Wie steeds hetzelfde middel gebruikt, selecteert precies de bedwantsen die daartegen kunnen. Met meerdere stoffen die op verschillende manieren werken, is de kans kleiner dat een populatie overal ongevoelig voor wordt.

Zolang die middelen er niet zijn, werken bestrijders met wat er is, en combineren ze. Duurzaamnieuws schrijft er wel eerlijk bij dat uit het algemene onderzoek niet volgt welke stoffen bij een specifieke plaag nog effect hebben. Dat weet een bestrijder pas na een inspectie en soms na een eerste behandeling.

Wat wel werkt, en waarom

De methodes die het minst last hebben van resistentie zijn die zonder gif.

  • Hitte. Bij een warmtebehandeling sterven bedwantsen volgens Rentokil in alle levensstadia, doordat eiwitten in hun lichaam stollen. Tegen hitte bouwen ze geen resistentie op. Een professionele hittebehandeling verwarmt een hele kamer of woning tot boven de 45 graden. Thuis doe je hetzelfde op kleinere schaal met de wasmachine op 60 graden en daarna de droger.
  • Kou. Textiel dat niet heet gewassen kan worden, gaat in een dichte zak minstens een week in de vriezer, bij min 14 graden of kouder. Dat advies van de GGD staat ook in ons eerdere stuk.
  • Stoom. Met een stoomreiniger ga je langzaam langs naden van matrassen, banken en koffers. Wat een stoomreiniger wel en niet kan, staat in ons stuk over een stoomreiniger kopen.
  • Een professionele aanpak. Bij een echte plaag in huis kom je er zelf niet uit. Een bestrijder combineert hitte, middelen en controle, en kijkt ook of de bedwantsen zich al naar andere kamers of de buren hebben verspreid.

Vraag een bestrijder vooraf welke methode hij gebruikt, hoeveel bezoeken hij verwacht en of er een nacontrole bij zit. Bij een middel alleen, zonder hitte en zonder tweede ronde, is de kans groter dat je over een paar weken opnieuw begint. Woon je in een appartementencomplex, lees dan ook wie er moet betalen, want daar zit het vaak niet alleen bij jou.

Tweede route naar binnen, de tweedehands stoel

Wat vaak vergeten wordt, is dat je ze niet alleen uit een hotel meeneemt. Rentokil wijst volgens Duurzaamnieuws ook op tweedehands meubels. In een vintage fauteuil of een gebruikt bed kan ongemerkt een besmetting zitten. Hoe vaak een plaag zo begint, is onbekend, maar het betekent dat ook wie niet op reis is geweest kan worden getroffen.

Kijk daarom bij een tweedehands meubel voordat je het mee naar huis neemt. Schijn met een zaklamp in naden, onder de bekleding en in schroefgaten. Je zoekt naar kleine zwarte puntjes (uitwerpselen), lichtbruine vervellingshuidjes en de platte, roodbruine wantsen zelf. Twijfel je, laat het meubel dan staan. Een mooie vondst is het niet waard.

Redactie Morz

Lees meer over onze redactie en werkwijze.