Home / Artikelen

Kleine witte beestjes in je potgrond of badkamer: springstaarten herkennen

Je geeft een kamerplant water en ineens krioelt het op de natte potgrond van piepkleine witte beestjes. Of je ziet ze ’s ochtends op de rand van het bad, in de voegen van de douche of op de vensterbank in de badkamer. Ze zijn een paar millimeter groot, ze lijken op stofjes die bewegen en als je ze aanraakt, schieten ze weg. Grote kans dat je naar springstaarten kijkt. Goed nieuws vooraf, ze doen niets. Wel zeggen ze iets over de plek waar je ze vindt, en daar zit ook de oplossing.
Kamerplant in een pot met vochtige potgrond op een vensterbank
Foto: Renzo Ada via Unsplash
Inhoudsopgave

Zo herken je een springstaart

Springstaarten (Collembola) zijn heel kleine, vleugelloze beestjes. Volgens het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen worden ze zelden groter dan vijf millimeter, en de soort die je in huis tegenkomt, de huisspringstaart, blijft onder de drie millimeter. Die huisspringstaart is glanzend zilverachtig met een bruine rand aan het achterlijf. In potgrond zie je vaker witte of doorschijnende exemplaren die tussen de korrels door kruipen.

Het duidelijkste kenmerk zit in de naam. De meeste soorten hebben onder het achterlijf een gevorkt aanhangsel, een soort springveer. Raak je ze aan of giet je water op de grond, dan schieten ze een stukje weg. Dat springen is de snelste manier om ze te onderscheiden van andere kleine beestjes in huis.

  • Springt het weg als je het aanraakt? Dan is het vrijwel zeker een springstaart.
  • Loopt het traag en zit het vooral bij boeken, papier of in een kast? Dan is het eerder een boekenluis, die ook van vocht houdt maar niet springt.
  • Zie je kleine zwarte vliegjes boven de pot en glazige wormpjes in de grond? Dan heb je met rouwmuggen te maken, en die pak je anders aan.
  • Is het grijs, heeft het een gepantserd lijfje en rolt het zich op? Dan is het een pissebed, een stuk groter dan een springstaart.

Twijfel je, leg dan een paar exemplaren op een wit vel papier en bekijk ze met de vergrootglasfunctie van je telefoon. De springvork en de korte antennes zie je dan meestal goed genoeg.

Waarom ze in je potgrond en badkamer zitten

Springstaarten zijn bodemdieren. Ze eten rottend plantenmateriaal, schimmels, mos en algen, en buiten zitten ze overal. In de meeste Nederlandse tuinen leven er honderden tot duizenden per vierkante meter, volgens Wikipedia, en ze helpen daar bladafval om te zetten in compost. In een zak potgrond uit het tuincentrum zitten ze dus ook vaak al, of ze komen mee met een plant die buiten heeft gestaan.

Dat je er ineens veel ziet, komt bijna altijd door vocht. Het KAD noemt een hoge luchtvochtigheid als belangrijkste factor voor hun ontwikkeling, en ziet een vochtprobleem als de gebruikelijke oorzaak wanneer ze in huis opduiken. In een pot die steeds nat staat, groeit schimmel op de grond en op dode wortels, en dat is precies hun voedsel. In de badkamer gaat het om natte kitvoegen, een vochtige douchemat of schimmel in een hoek die slecht droogt.

Daarom zien wij springstaarten vooral als een verklikker. Ze zijn zelf geen probleem, maar ze wijzen je op een plek die te nat blijft. Wie alleen de beestjes weghaalt en de pot of de badkamer zo laat, ziet ze binnen een paar weken terug.

Zijn springstaarten schadelijk?

Nee. Het KAD is daar duidelijk over, springstaarten steken en bijten niet en geven geen huidirritatie. Ze zijn onschadelijk voor mensen en huisdieren. Gezonde planten hebben er ook weinig last van, omdat de beestjes vooral rottend materiaal eten. Ze kunnen in de grond zelfs nuttig zijn, omdat ze schimmels kort houden.

Wat werkt tegen springstaarten

In de potgrond

  1. Laat de grond tussen twee gietbeurten opdrogen. Voel met je vinger een paar centimeter diep. Is het daar nog vochtig, dan wacht je. Dit is veruit de belangrijkste stap.
  2. Gooi water uit de schotel of sierpot weg, een kwartier na het gieten. Een pot die in een laagje water staat, blijft van onderen nat. Hoe je dat structureel oplost, lees je in ons stuk over drainage in een plantenpot.
  3. Haal dode bladeren en schimmelplekken van de grond. Een witte schimmellaag op de potgrond kun je met een lepel afschrapen.
  4. Verpot bij een grote populatie. Schud de oude grond zo goed mogelijk van de wortels en zet de plant in verse, luchtige potgrond. Een dun laagje zand of fijn grind bovenop houdt de toplaag droger.

In de badkamer

  1. Zuig de beestjes op met de stofzuiger. Het KAD noemt dat als de manier om exemplaren in huis weg te halen.
  2. Droog na het douchen. Trek de wanden en de vloer af met een wisser, hang de douchemat over een rek en laat de deur open of de afzuiging na het douchen nog een tijd draaien.
  3. Zoek de natte plek. Kijk in kitvoegen, onder een badmat, achter de wasmand en rond de afvoer. Zit er schimmel, maak die schoon. Blijft die terugkomen, dan helpt ons stuk over schimmel die steeds terugkomt bij het vinden van de echte oorzaak.
  4. Houd de luchtvochtigheid in de gaten. Een hygrometer laat zien of de badkamer na het douchen weer snel opdroogt. Blijft het lang vochtig, dan ligt het probleem bij de ventilatie.

Wat je beter niet doet

Grijp niet naar een insectenspray. Het KAD noemt bestrijding met bestrijdingsmiddelen overbodig, vaak zinloos en ongewenst, en wij zijn het daar volledig mee eens. Je doodt een deel van de beestjes, de natte plek blijft en de volgende generatie staat al klaar. Zeker in potgrond van eetbare planten of kruiden wil je zoiets niet hebben.

Huismiddeltjes als koffiedik, kaneel of een laagje afwasmiddel in het gietwater worden vaak aangeraden, maar ze nemen de oorzaak niet weg. Een plant die minder water krijgt, doet meer dan welk middeltje ook. Zie je ze buiten op het terras of in de goot, laat ze dan gewoon zitten, daar horen ze.

Benodigdheden en waar je ze koopt

  • Verse, luchtige potgrond en eventueel een zak fijn grind of zilverzand voor de toplaag, bij elk tuincentrum en in de tuinafdeling van de bouwmarkt.
  • Een vochtmeter voor potgrond, als je moeilijk inschat wanneer een plant water nodig heeft. Die vind je bij tuincentra en bouwmarkten.
  • Een hygrometer voor de badkamer, verkrijgbaar bij de bouwmarkt, de Action of een elektronicazaak.
  • Een douchewisser om tegels en glas na het douchen droog te trekken, bij de supermarkt, Action, HEMA of de bouwmarkt.
  • Een stofzuiger met smalle zuigmond voor de beestjes zelf.

Blijven ze na een paar weken droger houden toch in grote aantallen terugkomen, op plekken waar je geen natte bron kunt vinden, dan kan er vocht in een muur of vloer zitten dat je niet ziet. Dat is het moment om een vochtplek serieus te nemen in plaats van de beestjes.

Redactie Morz

Lees meer over onze redactie en werkwijze.