Oorwurm in huis gevonden? Zo hou je het beestje met de tang buiten

Inhoudsopgave
Zo herken je een oorwurm
De gewone oorworm is de soort die je in Nederland verreweg het vaakst tegenkomt. Volgens het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) is het een slank insect van 1 tot 3 centimeter, glanzend donkerbruin met lichtere poten. Het opvallendste kenmerk is de tang aan het eind van het lijf. Bij mannetjes is die groter en sterker gebogen dan bij vrouwtjes.
Ze hebben vleugels, al zie je dat bijna nooit. Onder de korte voorvleugels zit een achtervleugel die als een waaier openvouwt, maar oorwurmen vliegen zelden. Jonge dieren lijken sprekend op de volwassen exemplaren, alleen kleiner en lichter van kleur. Zie je dus een paar bleke mini-oorwurmen, dan kijk je naar jonge dieren en niet naar een andere soort.
Verwarren doe je ze vooral met andere snelle, donkere kruipers. Een duizendpoot heeft veel meer poten en geen tang. Een kever heeft een hard schild over het hele achterlijf. De tang maakt een oorwurm eigenlijk onmiskenbaar.
En dat verhaal over oren?
De naam komt van een oude legende dat oorwurmen in je oor kruipen en je trommelvlies beschadigen. Het KAD noemt dat onjuist en omschrijft ze als volkomen onschadelijk voor de mens. Met die tang kunnen ze hooguit een klein kneepje geven als je ze vastpakt, en zelfs dat voel je nauwelijks.
Waarom ze juist nu binnenkomen
Oorwurmen zijn nachtdieren die vocht nodig hebben. Overdag kruipen ze weg in donkere kieren, onder stenen, in bloempotten, tussen blad en in composthopen. Het KAD beschrijft dat ze woningen, caravans en tenten binnendringen als het buiten erg droog is of als het streng vriest. Ze zoeken dan een plek met precies de vochtigheid die ze nodig hebben.
In het najaar speelt nog iets mee. De paring vindt plaats voor de winter, en meestal in november graaft het vrouwtje een holletje om in te overwinteren. In de weken daarvoor zijn oorwurmen druk op zoek naar beschutting. Een kier onder de voordeur, een open ventilatierooster of een stapel tuinkussens tegen de gevel is dan een aantrekkelijke schuilplaats. Vaak komen ze ook gewoon mee naar binnen, in een plant die de zomer buiten stond, in tuinkussens of in de was die buiten hing.
Ik vind dat laatste het belangrijkste om te onthouden. Een oorwurm in de woonkamer betekent bijna nooit dat er een nest in je huis zit. Ze willen eigenlijk buiten zijn, in de tuin of in de compost, en ze overleven binnen niet lang als het droog is. Wie er steeds meer ziet, heeft eerder een vochtige plek of een open toegang dan een plaag.
Zijn oorwurmen schadelijk?
Voor jou niet. In de tuin liggen de kaarten genuanceerder. Oorwurmen zijn alleseters. Ze ruimen plantenresten, schimmelsporen, algen en dode insecten op en eten ook bladluizen en kleine rupsen. Daarmee zijn ze nuttig. Tegelijk knabbelen ze aan bloemen, zachte bladeren en rijp fruit, en dahlia’s zijn een bekende favoriet. Zie je gaatjes in je dahlia’s of in een rijpe pruim, dan is de kans groot dat een oorwurm de dader is.
In huis eten ze nauwelijks iets. Ze verstoppen zich vooral. Het enige echte nadeel is dat je er niet van houdt om ze tussen je wasgoed of op het aanrecht te vinden, en dat is begrijpelijk genoeg.
Wat helpt tegen oorwurmen in huis
Het KAD is er duidelijk over, chemische bestrijding van oorwurmen is onnodig en ongewenst. Een spuitbus heeft ook weinig zin, want je raakt alleen de dieren die je ziet en niet de reden waarom ze binnenkomen. De aanpak die wel werkt bestaat uit drie stappen.
1. Toegang dichtmaken
Loop de buitenkant van je huis langs op ooghoogte van een insect. Kijk naar kieren onder deuren, naden rond kozijnen, gaten waar leidingen door de muur gaan en open ventilatieroosters. Kit naden dicht, plak een tochtstrip onder de deur en zet fijnmazig gaas achter roosters die geen rooster hebben. Dat helpt meteen ook tegen muizen en tocht, dus het is werk dat dubbel loont. Combineer het gerust met de rest van het winterklaar maken van je huis.
2. Schuilplekken bij de gevel weghalen
Composthopen, bladhopen, oude planken en stapels potten vlak tegen het huis zijn het hotel van waaruit oorwurmen naar binnen wandelen. Het KAD raadt aan om vochtige plekken met rottend materiaal op te ruimen en compost naar achter in de tuin te verplaatsen. Haal ook tuinkussens en planten die naar binnen gaan even goed na voordat je ze opbergt. Een plant uitkloppen boven de tuin of de pot een nacht op een droge plek zetten scheelt al veel.
3. Wegvangen en buiten uitzetten
Zitten er al veel in een schuur, serre of garage, vang ze dan met een simpele val die het KAD zelf beschrijft. Leg ’s avonds een vochtige doek, dweil of dubbelgevouwen jutezak neer. Of zet een omgekeerde bloempot neer, losjes gevuld met wat vochtige houtwol, hooi of stro, met een steentje onder de rand zodat er een opening blijft. ’s Ochtends zitten de oorwurmen erin en zet je ze achter in de tuin uit, of bij je fruitbomen waar ze bladluizen eten.
Binnen helpt het vooral om het droog te houden. Een vochtige kelder, kruipruimte of badkamer trekt oorwurmen net zo goed aan als springstaarten. Goed ventileren is daar dus de structurele oplossing.
Benodigdheden
Alles hieronder vind je bij een bouwmarkt zoals Gamma, Praxis of Karwei, de tuinbenodigdheden ook bij een tuincentrum.
- Acrylaatkit of buitenkit met een kitpistool, voor naden rond kozijnen en leidingdoorvoeren
- Tochtstrip of borstelstrip voor onder de buitendeur
- Fijnmazig insectengaas, roestvrij, voor achter open ventilatieroosters
- Een paar lege terracotta bloempotten met houtwol, hooi of stro als val
- Een oude dweil of jutezak als alternatief voor de bloempot
- Een zaklamp om ’s avonds te zien waar ze vandaan komen
Wanneer schakel je hulp in?
Bijna nooit, eerlijk gezegd. Wie de kieren dicht heeft en de compost bij de gevel heeft weggehaald, ziet het aantal oorwurmen binnen een paar weken flink dalen. Blijven ze ondanks die maatregelen in grote aantallen binnenkomen, dan wijst dat vaak op een vochtprobleem in de kruipruimte of de muur. Dan is het zinvoller om naar dat vocht te laten kijken dan naar het beestje zelf. Het KAD biedt daarnaast advies op locatie voor wie er echt niet uitkomt.





