Trosvliegen of klustervliegen op zolder: wat het zijn en hoe je ze weert

Inhoudsopgave
Zo herken je een trosvlieg
De klustervlieg (Pollenia rudis) lijkt op een gewone kamervlieg, maar is iets forser. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) noemt een lengte van ongeveer 8 millimeter, een bruingrijze kleur en een borststuk vol goudkleurige haartjes. Die haartjes zie je het best als je een vlieg van dichtbij bekijkt in het licht van het raam. Het achterlijf heeft een grijs-zilveren vlekkenpatroon.
Het gedrag verraadt ze nog sneller dan het uiterlijk. Trosvliegen zitten in groepjes, vaak bij ramen in kamers die weinig gebruikt worden, en ze vliegen traag en onhandig. Een kamervlieg schiet weg als je dichtbij komt, een klustervlieg kruipt nog wat verder over het glas. Ze komen ook niet af op de fruitschaal of de vuilnisbak, wat het verschil met de vliegen in je keuken meteen duidelijk maakt.
Er is één dubbelganger die hetzelfde doet, de herfstvlieg. Ook die zoekt in de nazomer en herfst in zwermen een winterplek op zolders en in hoge gebouwen. De herfstvlieg is iets kleiner, 6 tot 7 millimeter, en heeft een geel achterlijf met een zwarte streep. Voor de aanpak maakt het weinig uit welke van de twee je hebt, want beide komen via kieren binnen en beide doen geen kwaad.
Waarom ze juist nu je zolder opzoeken
Het leven van een trosvlieg speelt zich grotendeels buiten af, en dat verklaart waarom je ze nooit in de zomer in huis ziet. De vrouwtjes leggen hun eitjes in de grond, en de larven leven als parasiet in regenwormen. Na de verpopping in de bodem vliegen de volwassen vliegen rond in tuinen en weilanden. Wie veel gras om het huis heeft, heeft dus meer kans op bezoek.
In het najaar verzamelen ze zich in zwermen en gaan ze op zoek naar een overwinteringsplek. Van nature is dat een holle boom, maar een spouwmuur, een ruimte onder de dakpannen of een zolder werkt net zo goed. Hoge gebouwen en zolders hebben volgens het KAD de voorkeur. Tijdens de winter zitten de vliegen stil. Pas als het warmer wordt, door de zon op het dak of omdat je de zolder verwarmt, worden ze weer actief en komen ze op het licht af. Daarom zie je ze op een zonnige dag ineens bij het raam.
Opvallend is dat sommige huizen elk jaar opnieuw bezoek krijgen en het huis ernaast nooit. Volgens het Wikipedia-artikel over de soort laten de vliegen geurstoffen achter op hun winterplek, waardoor ze die het jaar erop terugvinden. Heb je ze dit jaar, dan is de kans groot dat ze volgend jaar terugkomen, tenzij je de toegang dichtmaakt.
Zijn trosvliegen schadelijk?
Voor mensen zijn ze onschadelijk. Ze steken niet, ze bijten niet en ze leven niet van afval, dus ze slepen ook geen bacteriën uit de vuilnisbak mee naar binnen. Het KAD heeft het wel over hinder, en die moet je niet onderschatten als er honderden van zitten. Er is ook een indirect probleem. Dode vliegen die in grote aantallen op zolder blijven liggen, kunnen gaan stinken en trekken insecten aan die van dood materiaal leven, zoals de larven van de tapijtkever. Die doet wel schade aan wol en vloerbedekking. Opruimen is dus geen overbodige netheid.
Wat werkt tegen trosvliegen, en wat niet
De vliegen die er nu al zitten, krijg je het makkelijkst weg met de stofzuiger. Het KAD raadt aan om de deur van de ruimte dicht te houden, de vliegen rustig op te zuigen zonder ze op te jagen, en daarna de stofzuigerzak direct te verwijderen. Jaag je ze op, dan verspreiden ze zich door het hele huis. In het voorjaar, als ze zelf naar buiten willen, helpt het ook om een paar ramen tegenover elkaar open te zetten.
Plakstrips, een vliegenmepper of een spuitbus vliegenspray maken bij een grote groep weinig verschil. Daarvoor zijn het er gewoon te veel, en ze zitten vaak op plekken waar je niet bij kunt, zoals in de spouw of achter het dakbeschot. Een spuitbus heeft bovendien het nadeel dat er dode vliegen op onbereikbare plekken achterblijven. Een professioneel bestrijdingsmiddel tegen klustervliegen mag volgens het KAD alleen binnen worden gebruikt, en dan alleen in het najaar door een bevoegde bestrijder. Ook dan noemt het KAD het een tijdelijke oplossing en geen structurele.
De structurele oplossing is voorkomen dat ze binnenkomen, en dat werk doe je het liefst in de zomer, voordat de zwermen op pad gaan. Nu ze er al zitten, kun je in elk geval de kieren aan de binnenkant dichten, zodat de vliegen in de spouw of onder de pannen blijven en niet in je woonruimte terechtkomen.
- Zoek waar ze naar binnen komen. Kijk rond kozijnen, onder vensterbanken, bij leidingdoorvoeren en langs de aansluiting van het dakbeschot op de muur. Dode vliegen op één plek wijzen vaak de ingang aan.
- Dicht naden en kieren aan de binnenkant met acrylaatkit of een tochtstrip, zodat vliegen die in de spouw overwinteren niet de zolderkamer in kunnen.
- Zet fijnmazig horrengaas voor ramen die op zolder vaak openstaan, en vergeet de ventilatieroosters boven de ramen niet.
- Pak aan de buitenkant naden rond vensterbanken, ramen en deuren aan met kit of tochtstrips. Klimop of andere klimplanten tegen de gevel kun je deels weghalen, want die geven de vliegen een makkelijke route.
- Zuig dode vliegen regelmatig op, ook uit de vensterbanken en hoeken van de zolder, en gooi de zak meteen weg.
Afdichten houdt niet alles tegen. Het KAD wijst erop dat klustervliegen ook via stootvoegen en naden tussen dakpannen binnenkomen. Daarom is het dichtmaken van de binnenkant zo belangrijk, want daarmee bepaal jij waar de grens ligt.
Benodigdheden en waar je ze haalt
- Een stofzuiger met zak, of een kruimelzuiger voor de vensterbanken
- Acrylaatkit en een kitpistool voor naden binnen
- Tochtstrips voor ramen en luiken
- Fijnmazig horrengaas of een kant-en-klare hor op maat
- Een zaklamp om kieren achter het dakbeschot te bekijken
Kit, tochtstrips en horrengaas liggen bij elke bouwmarkt, zoals Gamma, Praxis, Karwei en Hornbach. Een hor op maat voor een dakraam bestel je meestal bij de fabrikant van het raam zelf, zoals Velux of Fakro, of bij een horrenspecialist. Blijven de vliegen elk jaar terugkomen op een plek waar je niet bij kunt, schakel dan een plaagdierbeheerser in die het bewijs van vakbekwaamheid heeft. Namen vind je via de brancheverenigingen NVPB en Platform Plaagdierbeheersing.
Zie je naast vliegen ook kleine gele vliegjes bij het raam, dan heb je waarschijnlijk met een andere soort te maken. Daarover lees je meer in ons stuk over grasvliegjes in oktober.





