Papiervisje of zilvervisje: zo zie je het verschil en pak je ze aan

Inhoudsopgave
Zo zie je het verschil
Op het eerste gezicht lijken ze op elkaar. Allebei vleugelloos, langwerpig, met twee antennes voorop en drie staartdraden achteraan. Leg ze naast elkaar en je ziet toch snel welke je hebt. De cijfers hieronder komen uit de kennisbank van het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).
| Zilvervisje | Papiervisje | |
|---|---|---|
| Lengte | 7 tot 12 mm | 10 tot 15 mm |
| Kleur | Zilverig met parelmoerglans | Grijsachtig, gevlekt op de rug |
| Beharing | Glad | Behaard, vooral opvallend langs de randen |
| Staartdraden | Korter dan het lijf | Lang, ongeveer zo lang als het lijf |
| Waar je ze ziet | Badkamer, toilet, keuken | Overal in huis, ook woonkamer, zolder en boekenkast |
| Vocht nodig | Ja, relatieve luchtvochtigheid van 75 procent of meer | Nee, redt zich in warme, vrij droge ruimtes |
| Levensduur | 2 tot 3 jaar | Tot 7 à 8 jaar |
Twijfel je, zet dan een plakval neer bij de plek waar je ze ziet en bekijk de vangst met een loep of een foto op je telefoon. Een dier dat midden in een droge slaapkamer of tussen de boeken op zolder zit, is vrijwel zeker een papiervisje. Er bestaat ook nog een derde familielid, het ovenvisje, maar dat zit vooral op heel warme plekken zoals bij verwarmingsketels en bakkerijen. Over de gewone variant schreven we eerder een stuk over zilvervisjes.
Waarom het papiervisje lastiger is
Het zilvervisje is eigenlijk een vochtmeter op pootjes. Het KAD vindt bestrijding daarvan in het algemeen niet nodig. Wie de luchtvochtigheid in huis onder de 50 procent houdt en de badkamer goed laat drogen, ziet ze vanzelf minder.
Bij het papiervisje werkt dat niet. Het houdt van een temperatuur rond de 24 graden en heeft verder weinig nodig. Het eet cellulose, zetmeel en suiker, en haalt dat uit de lijm van behang, boeken, postzegels, affiches en karton. Een vrouwtje legt in haar leven zo’n honderd eitjes, en een jong dier doet er bij kamertemperatuur ongeveer veertien maanden over om volwassen te worden. Daar komt bij dat ze maanden zonder eten kunnen. Volgens het KAD houden de sterkste exemplaren het tot 300 dagen vol. Wie een keer flink heeft opgeruimd en denkt dat het klaar is, ziet ze na een paar maanden dus gewoon terug.
Een goed geïsoleerd, warm en droog huis met een zolder vol oude verhuisdozen is voor een papiervisje dan ook ideaal. Karton is voor dit diertje eten en schuilplaats tegelijk.
Wat werkt tegen papiervisjes
- Stel vast wat je hebt. Zet een paar plakvallen neer langs plinten en in kasten waar je ze ziet, en controleer ze na een week. Noteer per kamer hoeveel je er vangt, dan weet je waar het nest ongeveer zit.
- Ruim karton en papier op. Pak oude dozen, stapels tijdschriften en papieren archief over in afsluitbare plastic opbergdozen. Oud karton gaat het huis uit.
- Stofzuig de naden. Ga met een spleetzuigmond langs plinten, kasten, vensterbanken en de randen van vloerbedekking. Daarmee haal je dieren, eitjes en de kruimels weg waar ze van leven.
- Dicht kieren. Kit naden langs plinten, rond leidingen en achter keukenkastjes af. Het KAD noemt het dichten van naden en kieren als een van de belangrijkste stappen om ze te weren.
- Leg lokaas neer. Er is lokaas in gel of in kleine doosjes te koop tegen zilver- en papiervisjes. Leg dat op de plekken waar je de meeste vangst had, buiten bereik van kinderen en huisdieren. Kijk op de verpakking of het middel een toelating van het Ctgb heeft.
- Zet de verwarming waar het kan wat lager. Onder de 16 graden eten papiervisjes volgens het KAD niet meer. Op zolder of in een logeerkamer die je weinig gebruikt, helpt een koelere stand dus mee.
- Controleer na zes tot acht weken. Zet opnieuw plakvallen neer. Vang je nauwelijks nog iets, dan zit je goed. Blijft het aantal gelijk, ga dan door naar de laatste stap hieronder.
Een simpele controlemethode die je in een la kunt zetten is een glazen potje met een ruwe buitenkant, zoals een pot waar het etiket nog op zit. Papiervisjes klimmen er langs het etiket in, maar komen langs het gladde glas aan de binnenkant niet meer naar buiten. Wikipedia noemt dit als manier om ze te vangen, en het werkt ook prima om te zien of er nog activiteit is.
Benodigdheden en waar je ze koopt
- Plakvallen voor kruipende insecten, bij bouwmarkten zoals Gamma, Praxis en Karwei en bij tuincentra.
- Lokaas tegen zilver- en papiervisjes, bij bouwmarkten, tuincentra en drogisterijen.
- Afsluitbare plastic opbergdozen, bij de Action, HEMA of IKEA.
- Acrylaatkit en een kitpistool voor naden en kieren, bij elke bouwmarkt.
- Een stofzuiger met spleetzuigmond.
- Een zaklamp en een loep, handig om ’s avonds te kijken waar ze lopen.
- Een hygrometer, om te zien of je met zilvervisjes of met een vochtprobleem te maken hebt. Die vind je bij bouwmarkten en de Action.
Wanneer je een bestrijder inschakelt
Zie je na twee maanden opruimen, dichten en lokaas nog steeds veel dieren, of vind je vraatschade aan boeken, behang of papieren documenten die je niet kwijt wilt, dan is het tijd voor een professional. Een erkend plaagdierbeheerser inventariseert eerst waar de dieren zitten en behandelt daarna met een middel dat volgens het KAD zes tot acht weken blijft werken. Rond die tijd volgt een controle. Het helpt als je je vangstnotities van de plakvallen bewaart, dan hoeft de bestrijder niet vanaf nul te zoeken.
Houd het daarna bij, want na een behandeling komt het er vooral op aan dat er geen nieuwe dozen vol karton op zolder belanden. Een papiervisje dat niets te eten vindt, heeft het in een droog huis uiteindelijk ook moeilijk.





