Home / Artikelen

Kakkerlak of kever

Een donker insect op de keukenvloer wordt snel voor een kakkerlak aangezien, maar veel kevers en wantsen lijken er vluchtig op. Vier kenmerken geven meestal binnen een minuut uitsluitsel. Kijk naar de rug, de antennes, het achtereind en de vorm van het lijf.
Kakkerlak van dichtbij als herkenningsbeeld
Kakkerlak van dichtbij als herkenningsbeeld. Foto: Tamilselvi v / Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · Formaat aangepast; tegels tonen een uitsnede.
Inhoudsopgave

Een juiste determinatie voorkomt onnodig gebruik van bestrijdingsmiddelen. Sommige kevers komen per ongeluk binnen en vormen geen plaag, terwijl een kakkerlak in een warme keuken wel nader onderzoek vraagt.

Kakkerlak of kever: de belangrijkste verschillen

Het snelste antwoord zit op de rug. Een kever heeft twee harde dekschilden die in één rechte naad precies in het midden tegen elkaar sluiten. Een kakkerlak heeft leerachtige vleugels die plat over elkaar vallen, of bij sommige soorten alleen korte stompjes. Daarnaast heeft een kakkerlak antennes die minstens zo lang zijn als het hele lijf en twee korte staartjes aan het achtereind. Een kever heeft die staartjes nooit.

Kakkerlak van bovenaf met de lange antennes, de kop onder het halsschild, vleugels die over elkaar vallen, stekelige poten en twee staartjes aangewezenKever van bovenaf met kortere antennes, een goed zichtbare kop, harde dekschilden met een rechte naad en geen staartjes aangewezen
Een kakkerlak en een loopkever van bovenaf. De rechte naad op de rug en de staartjes aan het achtereind zijn de snelste verschillen.

Loop de kenmerken hieronder langs, het liefst met het dier in een doorzichtig potje of met een scherpe foto erbij. Eén kenmerk kan twijfel geven, drie of vier samen bijna nooit.

Kenmerk Kakkerlak Kever
Rug leerachtige vleugels die over elkaar vallen, of korte vleugelstompjes harde dekschilden met een rechte naad in het midden
Kop van bovenaf grotendeels verstopt onder het halsschild meestal goed zichtbaar, vaak met kaken
Antennes draaddun, even lang als het lijf of langer meestal korter, vaak met een knotje, zaagtandjes of een knik
Achtereind twee korte staartjes (cerci) geen staartjes
Vorm plat en ovaal vaak hoger gewelfd
Poten lang, met duidelijke stekels wisselend, vaak gladder
Jonge dieren kleine kopie van de volwassene, zonder vleugels larve die op een wormpje lijkt
Sporen uitwerpselen als gemalen peper, eipakketjes, muffe geur meestal geen, behalve voorraadkevers in de voorraadkast

Kijk eerst naar de rug

Kevers vormen de grootste groep insecten ter wereld, en bij bijna allemaal zijn de voorvleugels uitgegroeid tot harde dekschilden. In rust sluiten die als een deksel over het achterlijf, met een rechte lijn in het midden. De vliegvleugels liggen daar opgevouwen onder.

Bij een kakkerlak zijn de voorvleugels dunner en leerachtig. Ze liggen plat op het lijf en de ene vleugel valt schuin over de andere, zodat je geen rechte middennaad ziet. Aan het achtereind steken twee korte, gelede staartjes uit, de cerci. Daarmee voelt een kakkerlak de kleinste luchtverplaatsing, en dat is precies waarom hij er al vandoor is voordat je hand in de buurt komt.

Achterkant van een kakkerlak met overlappende vleugels en twee staartjes naast de achterkant van een kever met een rechte naad tussen de dekschilden
De rug van dichtbij. Bij de kakkerlak vallen de vleugels over elkaar, bij de kever sluiten de dekschilden in een rechte naad.

Let op één uitzondering. Het vrouwtje van de oosterse kakkerlak heeft alleen korte vleugelstompjes en is roodbruin tot bijna zwart. Daardoor lijkt ze sterk op een kever. Haar officiële Nederlandse naam is zelfs bakkerstor, terwijl het geen tor is. Kijk bij zo’n dier naar de antennes en de staartjes, want die heeft ze wel.

Antennes en kop

De antennes van een kakkerlak zijn draaddun en even lang als het lijf of langer. Hij beweegt ze voortdurend. Kevers hebben meestal kortere antennes, vaak met een knotje aan het eind, zaagtandjes of een knik halverwege. Boktorren zijn de bekende uitzondering. Die hebben juist heel lange antennes, maar wel harde dekschilden met een rechte naad.

Van bovenaf zie je bij een kakkerlak nauwelijks een kop. Die zit grotendeels verstopt onder het brede halsschild. Bij de meeste kevers steekt de kop duidelijk uit, vaak met zichtbare kaken.

Plat of bol

Een kakkerlak is gebouwd voor een leven in kieren. Het lijf is plat en laag en kan zich nog verder platdrukken. Onderzoekers van de University of California in Berkeley zagen Amerikaanse kakkerlakken door een spleet van ongeveer drie millimeter kruipen. Veel kevers zijn hoger gewelfd, al bestaan er ook platte soorten. Vorm alleen is dus nooit genoeg, maar samen met de rug en de antennes zegt het veel.

Zijaanzicht van een platte kakkerlak en een hoger gewelfde kever op dezelfde schaal
Van opzij valt het hoogteverschil meteen op.

Jonge kakkerlak of keverlarve

Vind je kleine diertjes, dan helpt de manier waarop ze opgroeien. Een kakkerlak groeit via nimfen. Een jonge kakkerlak lijkt dus al op een volwassen exemplaar, alleen kleiner en zonder vleugels. Jonge Duitse kakkerlakken zijn donkerder dan de volwassen dieren. Kevers maken een volledige gedaanteverwisseling door. Hun larven lijken op wormpjes of rupsjes en hebben niets van een kever weg, denk aan een meelworm of de harige larve van een tapijtkever.

Jonge kakkerlak zonder vleugels naast een keverlarve, allebei met een schaalbalk van 10 millimeter
Een jonge kakkerlak is een kleine kopie van de volwassene. Een keverlarve, hier een meelworm, lijkt op een wormpje.

Zie je jonge kakkerlakken, dan is dat een teken dat ze zich ergens in de buurt voortplanten. Eén verdwaalde volwassen kakkerlak kan toeval zijn, nimfen zijn dat zelden.

Welke kevers lijken op een kakkerlak?

In Nederlandse huizen gaat het meestal om een paar vaste verdachten. Ze hebben alle vier een donkere kleur en een langwerpig lijf, en daar houdt de gelijkenis op.

Fotogrid van een loopkever, meeltor, kerkhofkever en Amerikaanse dennenzaadwants, vier dieren die vaak voor een kakkerlak worden aangezien
Vier dieren die vaak voor een kakkerlak worden aangezien. Geen van de vier heeft staartjes aan het achtereind.Foto’s via Wikimedia Commons, bijgesneden. Loopkever en meeltor door Francisco Welter-Schultes (CC0 1.0), kerkhofkever door Udo Schmidt (CC BY-SA 4.0), dennenzaadwants door Daslexia (CC BY-SA 4.0).
  • Loopkevers zijn zwart of donker metaalglanzend, snel en vooral ’s avonds en ’s nachts actief. In de herfst lopen ze via een deur, kelder of kruipruimte naar binnen. Ze zijn onschuldig en eten in de tuin juist slakken en insecten.
  • De meeltor is de volwassen vorm van de meelworm, een donkerbruine tot zwarte kever van ruim een centimeter. Hij duikt op bij oude meelvoorraden, vogelvoer of in de schuur. Controleer dan de voorraadkast, net als bij voedselmotten.
  • De kerkhofkever is groot, mat zwart en traag, met een spits uitlopend achterlijf. Hij kan niet vliegen en leeft op donkere, vochtige plekken zoals kelders en stallen.
  • De Amerikaanse dennenzaadwants is geen kever maar een wants. Hij is bruin, heeft verbrede plaatjes aan de achterpoten en zoekt in de herfst huizen op om te overwinteren. Een wants heeft ook vleugelpunten die over elkaar liggen. Je herkent hem aan het driehoekige schildje midden op de rug en de zuigsnuit onder de kop.

Welke kakkerlakken kom je in Nederland tegen?

Heb je de kenmerken van een kakkerlak gezien, dan bepaalt de soort wat je moet doen. Een verdwaalde boskakkerlak vraagt om een hor, een Duitse kakkerlak om een gerichte aanpak.

Fotogrid van de Duitse kakkerlak, oosterse kakkerlak, Amerikaanse kakkerlak en boskakkerlak
Vier kakkerlakken die in Nederland voorkomen. Het vrouwtje van de oosterse kakkerlak lijkt met haar vleugelstompjes op een kever.Foto’s via Wikimedia Commons, bijgesneden. Duitse kakkerlak door Bagous (CC BY-SA 4.0), oosterse kakkerlak door Syrio (CC BY-SA 4.0), Amerikaanse kakkerlak door Alex Wild (CC0 1.0), boskakkerlak door Sarefo (CC BY-SA 4.0).
  • De Duitse kakkerlak is de meest voorkomende soort in Nederlandse gebouwen. Hij is 1,1 tot 1,5 centimeter lang, strogeel tot lichtbruin en heeft twee donkere lengtestrepen op het halsschild. Hij houdt van warmte en zit vooral in keukens, achter apparaten en in de horeca.
  • De oosterse kakkerlak is 2 tot bijna 3 centimeter lang en roodbruin tot blauwzwart. Alleen het mannetje heeft goed ontwikkelde vleugels, maar ook hij kan niet vliegen. Deze soort wordt het vaakst voor een kever aangezien.
  • De Amerikaanse kakkerlak is met 3 tot ruim 4 centimeter de grootste van deze vier. Hij is glanzend roodbruin met lichte vlekken op het halsschild. In Nederland zit hij vooral op warme, vochtige plekken zoals dierentuinen en bij aquaria, en maar zelden in woningen.
  • Boskakkerlakken zijn kleine, lichtbruine kakkerlakken die buiten leven, in bos, heide en tuinen. In de zomer vliegt of loopt er weleens een naar binnen, vaak ’s avonds op het licht af. Binnen vinden ze niet wat ze nodig hebben, dus ze nestelen zich niet in huis.

Zo maak je een bruikbare foto

Bekijk het dier zonder het met blote handen te pakken. Een doorzichtig potje maakt fotograferen van meerdere kanten mogelijk.

  • maak een foto van boven met daglicht
  • leg een munt of liniaal naast het potje voor schaal
  • let op de lengte van antennes en stekels op de poten
  • bekijk of harde dekschilden een rechte middennaad vormen
  • noteer vindplaats, tijdstip en aantal exemplaren

De vindplaats is ondersteunend bewijs, geen beslissend kenmerk. Kakkerlakken zoeken vaak warme, vochtige randen bij apparaten. Kevers kunnen ook via een open raam, haardhout, planten of voedselvoorraad binnenkomen.

Noteer waar en wanneer je het dier of de sporen zag. Dat voorkomt dat je op basis van één vluchtige waarneming een verkeerde conclusie trekt. Een plakval kan helpen bij monitoring, maar is geen sluitend bewijs voor elke soort.

Wat je nu veilig kunt doen

Vang het dier en bewaar het voor determinatie. Maak de plek schoon en controleer enkele dagen met plakvallen langs de plint.

Kijk rond leidingen, koelkast en afvalbak naar uitwerpselen, vervellingshuidjes of eipakketjes. Zonder aanvullende sporen blijft één foto soms onvoldoende.

  • verplaats het potje niet open door de woning
  • stofzuig kruimels en reinig vetfilm
  • controleer kartonnen verpakkingen en voorraad
  • laat een deskundige meekijken bij twijfel

Start geen kakkerlakkenbehandeling voordat de soort is bevestigd. Een verkeerd gekozen middel lost niets op en kan nuttige informatie over de vindplaats verloren laten gaan.

Gebruik geen willekeurige combinatie van sprays, poeders of huis-tuin-en-keukenmiddelen. Middelen kunnen elkaar beïnvloeden, dieren verjagen naar andere ruimtes en risico geven voor kinderen, huisdieren of het milieu. Kies uitsluitend een in Nederland toegelaten product en volg het etiket letterlijk.

Pak voedsel, vocht en schuilplaatsen aan

Als het een incidentele buitenkever is, kan afdichten van een kier of het plaatsen van een hor genoeg zijn. Bij voorraadkevers moet juist de aangetaste voedselbron worden gevonden. Bij kakkerlakken ligt de nadruk op warmte, vocht, voedsel en verborgen routes.

Gebruik daarom de biologie van de vastgestelde soort. Een generieke spray behandelt alleen het zichtbare insect en niet automatisch de oorzaak.

Bewaar waarnemingen met datum. Verschijnen meerdere vergelijkbare dieren op dezelfde plek, dan ontstaat een duidelijker patroon voor determinatie.

Controleer na de eerste aanpak minstens twee weken op nieuwe signalen. Zet monitoring steeds op dezelfde plek en noteer de vangst. Zo zie je of de activiteit daalt of zich juist verplaatst.

Wanneer schakel je een professionele bestrijder in?

Vraag professionele hulp wanneer je meerdere kakkerlakachtige dieren, nimfen of eipakketjes aantreft, of wanneer de vondsten uit verschillende ruimtes komen. Een entomoloog, KAD-deskundige of vakbekwame bestrijder kan determineren.

In appartementen is melding aan verhuurder of beheerder verstandig zodra een kakkerlak wordt bevestigd. Dieren kunnen zich via leidingen en kieren tussen woningen verplaatsen.

Vraag hoe de soort wordt vastgesteld, welke niet-chemische maatregelen eerst worden genomen en welk middel eventueel wordt ingezet. Een goede aanpak is gericht op de bron en op herhaling voorkomen, niet alleen op het doden van wat toevallig zichtbaar is.

Zo verklein je de kans op terugkeer

Beperk zowel insleep als schuilplaatsen.

  • controleer verhuisdozen en tweedehands apparaten
  • bewaar droge voorraad afgesloten
  • voer karton regelmatig af
  • herstel lekkages en houd keukenranden droog
  • plaats horren waar veel buiteninsecten binnenkomen

De rustigste stap is meestal ook de beste. Eerst een bruikbare foto of een exemplaar, daarna pas een gerichte aanpak.

Blijf rustig en werk stap voor stap. Eén vondst verdient aandacht, maar de combinatie van soortherkenning, sporen en herhaalde waarnemingen bepaalt welke aanpak nodig is.

Veelgestelde vragen

Wat is het duidelijkste verschil tussen een kakkerlak en kever?

Kijk naar de rug. Een kever heeft harde dekschilden met een rechte naad in het midden. Een kakkerlak heeft vleugels die over elkaar vallen, zeer lange antennes en twee korte staartjes aan het achtereind.

Is een kakkerlak een kever?

Nee. Kakkerlakken vormen een eigen groep insecten en zijn nauwer verwant aan termieten dan aan kevers. Ook de oosterse kakkerlak is geen kever, al heet hij officieel bakkerstor.

Welke kever lijkt het meest op een kakkerlak?

In huis zijn dat vooral loopkevers, de meeltor en de kerkhofkever. Andersom wordt het vrouwtje van de oosterse kakkerlak vaak voor een kever aangezien, omdat ze donker is en alleen vleugelstompjes heeft.

Is een kever in huis schadelijk?

Dat hangt van de soort af. Een verdwaalde buitenkever is vaak onschuldig, maar voorraadkevers kunnen droge voeding aantasten.

Waar kan ik een insect laten herkennen?

Een professionele plaagdierbeheerser, het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen of een insectendeskundige kan helpen met determinatie.

Bronnen

Redactie Morz

Lees meer over onze redactie en werkwijze.