Meelmot in de keukenkast: zo herken je voorraadmotten en kom je ervan af

Inhoudsopgave
Zo herken je meelmot
De meelmot die je in huis tegenkomt, is bijna altijd de Indische meelmot, die in Nederland ook bekendstaat als vruchtmot. Volgens de kennisbank van het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) zijn de verschillende voorraadmotten van buiten nauwelijks uit elkaar te houden, maar deze is de meest voorkomende. Je herkent hem aan een paar dingen.
- Het motje. Een tot twee centimeter lang, met voorvleugels die bij het lijf licht zijn en naar het uiteinde roodbruin kleuren. In rust vouwt het de vleugels als een dakje over het lijf.
- De rupsjes. Gebroken wit, met een donker kopje, tot anderhalve centimeter lang. Ze kruipen in en rond het voedsel.
- De spinsels. Fijne draadjes en klontjes in meel, muesli, rijst of noten, alsof het product aan elkaar plakt.
- Cocons in naden. Volgroeide rupsjes verlaten het pak om te verpoppen. Ze kruipen tegen de wand van de kast op en spinnen zich in bij de naden van planken, onder de rand van het blad en zelfs in de schroefgaatjes.
Het verschil met een kleermot zit vooral in de plek. Een mot die in de keuken fladdert, komt uit je eten, niet uit je trui.
Waarom je de bron moet vinden
Een vrouwtje legt volgens het KAD zo’n tweehonderd eitjes, direct op het voedsel. Bij een temperatuur van 25 graden komen die na vijf tot zes dagen uit, en onder gunstige omstandigheden duurt de hele cyclus van ei tot mot ongeveer vijf weken. In een warme keuken kan het dus snel gaan. Onder de 13 tot 15 graden staat de ontwikkeling vrijwel stil.
Wat ze eten, is breder dan de naam doet vermoeden. Meel, graan en muesli, maar ook gedroogd fruit, noten, pinda’s, chocolade, cacao, koffie, gedroogde kruiden en zelfs droogbloemen of een decoratieschaal met gedroogde vruchten. Rupsjes vreten zich soms door dunne verpakkingen heen.
Het motje dat je ziet vliegen, is dus het eindpunt. Wij zien vaak dat mensen alleen de motten meppen of een val ophangen en dan verbaasd zijn dat ze blijven komen. Zolang de bron in de kast zit, komen er elke week nieuwe bij.
De keukenkast schoonmaken, stap voor stap
- Haal de kast helemaal leeg. Zet alles op het aanrecht, ook de pakken die dicht lijken.
- Controleer elk product. Kijk naar spinsels, rupsjes, gaatjes in de verpakking en klontjes. Schud de inhoud van twijfelgevallen op een wit bord.
- Gooi aangetaste producten meteen weg. Doe ze in een dichtgeknoopte zak en breng die direct naar de container buiten, niet naar de afvalbak in de keuken.
- Vries twijfelgevallen in. Producten die schoon lijken maar in dezelfde kast stonden, kun je in de vriezer leggen. Volgens het KAD doodt min twaalf graden gedurende vijf dagen eitjes en larven, en die temperatuur moet ook in het binnenste van het product worden bereikt. Een gewone vriezer staat op min achttien, dus dat is ruim genoeg.
- Zuig de kast uit. Gebruik het smalle mondstuk en ga langs alle naden, gaatjes voor plankdragers, de hoeken en de ruimte onder de onderste plank. Gooi de stofzuigerzak of de inhoud van het reservoir daarna buiten weg.
- Neem de kast af met warm sop. Een sopje van heet water met wat schoonmaakazijn of allesreiniger is genoeg. Droog alles goed na.
- Kijk ook om de kast heen. Rupsjes kruipen verder dan je denkt. Controleer de kast ernaast, de onderkant van het werkblad, de plinten en het plafond boven de kast.
- Zet de voorraad terug in afsluitbare bussen. Glazen potten met een rubberen ring of stevige kunststof bussen met een klikdeksel. Karton en dunne plastic zakken houden rupsjes niet tegen.
Een bestrijdingsmiddel in de kast spuiten raden wij af, net als het KAD. Behandel voedsel nooit met gif. Schoonmaken en de bron verwijderen is in een huishouden bijna altijd genoeg.
Wat een feromoonval wel en niet doet
Een feromoonval is een plakval met een geurstof die mannetjesmotten lokt. Hij is populair, maar het is goed om te weten wat hij doet. De val vangt alleen mannetjes. De vrouwtjes blijven eitjes leggen, zeker als ze al bevrucht zijn. Een val lost een plaag dus niet op.
Wat hij wel goed kan, is meten. Hang hem na het schoonmaken op en kijk elke week wat erin zit. Blijft hij leeg, dan heb je de bron te pakken. Vangt hij na een paar weken nog steeds motjes, dan zit er ergens nog een vergeten pak, bijvoorbeeld in een andere kast, in de voorraad voor de vogels of in het hondenvoer. Een andere biologische optie zijn sluipwespjes, heel kleine wespjes die de eitjes van motten aanprikken en voor mensen onschadelijk zijn. Die worden per kaartje geleverd en zijn vooral nuttig als het blijft terugkomen.
Wat je nodig hebt en waar je het koopt
- Afsluitbare voorraadbussen of glazen potten. Bij de Action, HEMA, Blokker, IKEA en in de supermarkt.
- Feromoonval voor voedselmotten. Bij tuincentra, bouwmarkten als Gamma en Praxis en bij drogisterijen. Let erop dat er voedselmotten of meelmotten op staat, niet kleermotten.
- Schoonmaakazijn of allesreiniger. In de supermarkt.
- Een stofzuiger met een smal mondstuk. Heb je waarschijnlijk al.
- Sluipwespjes tegen motten. Bij tuincentra en bij de gespecialiseerde leveranciers van biologische bestrijders.
Zo komt het niet terug
Het KAD adviseert om nieuwe voorraden bij thuiskomst te controleren, oude voorraden eerst op te maken en niet te veel tegelijk in huis te halen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het werkt echt. Zet nieuwe pakken achteraan en schuif de oude naar voren, dan staat er nooit meer een zak noten van vorig jaar achterin. Motten komen vaak al met de boodschappen mee naar binnen, dus hoe korter een product in de kast staat, hoe kleiner de kans op een nieuwe plaag. Meer over andere voorraadbeestjes en hun aanpak lees je in ons overzicht van voedselmotten.





