Motten in de kledingkast herkennen voor ze je trui opeten

Inhoudsopgave
De eerste vraag is welke mot je hebt. In huis leven twee heel verschillende soorten, en de aanpak van de ene werkt niet bij de andere.
Kleermot of voedselmot, zo zie je het verschil
Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen beschrijft de kleermot als een klein motje van 7 tot 8 millimeter, geelachtig tot lichtbruin, dat alleen ’s avonds vliegt. Voedselmotten, of voorraadmotten, zijn groter en vlekkerig grijs. Wij vinden het handigste onderscheid niet het uiterlijk maar de plek, want die vertelt je meteen waar de bron zit.
| Kleermot | Voedselmot | |
|---|---|---|
| Formaat mot | 7 tot 8 mm, spanwijdte 11 tot 17 mm | 1 tot 2 cm, spanwijdte 1,5 tot 3 cm |
| Kleur | Geelachtig, lichtbruin, glanzend | Grijs met vlekken, achtervleugel lichter |
| Waar je hem ziet | Slaapkamer, kledingkast, zolder, bij vloerkleden | Keuken, voorraadkast, bij dierenvoer |
| Wat de larve eet | Wol, zijde, bont, veren, kasjmier | Meel, havermout, noten, rijst, brokken |
| Sporen | Gaatjes, kale plekken, spinseltunneltjes in de stof | Spinseldraden in pakken, klontjes in meel |
| Gedrag | Kruipt weg in het donker, fladdert laag | Vliegt ’s avonds door de keuken |
Zie je motten in de keuken, lees dan verder in ons stuk over voedselmotten, want die pak je aan bij het eten en niet bij de kleding. Hieronder gaat het om de kast.
Waar je de kleermot vindt voordat hij je trui opeet
De larven zijn gebroken wit en worden ongeveer een centimeter lang. Ze leven in een zelfgemaakt buisje van spinsel in de stof, dus je ziet ze niet makkelijk liggen. Zoek daarom naar de sporen. Leg een kledingstuk op tafel onder een fel licht en kijk naar de naden, de oksels en de kraag. Plekken die in de kast tegen elkaar aan liggen en weinig licht vangen zijn favoriet.
Het KAD noemt een detail dat de meeste mensen niet weten. De vrouwtjes leggen hun eitjes bij voorkeur op stof die vuil is of zweetvlekken heeft. Een trui die je in het voorjaar een keer droeg en ongewassen opborg, is dus het doelwit, niet de trui die schoon in de la ligt. Dat is ook de reden waarom de schade vaak aan de onderarm of de hals begint.
Kijk verder dan de trui zelf. Wollen dekens in een doos op zolder, een oud vloerkleed onder het bed, een donsdeken die al jaren in de hoes zit en zelfs een verlaten vogelnest onder de dakpannen kunnen een haard zijn. Volgroeide larven kruipen soms metershoog tegen een muur op om te verpoppen, dus kleine grijze kokertjes in een hoek van de kast of het plafond zijn ook een aanwijzing.
- Gaatjes met een rafelig randje, vaak meerdere bij elkaar
- Kale plekken in vilt, bont of een tapijt
- Fijn, korrelig poeder in de vouw van een kledingstuk
- Witte tunneltjes van spinsel in de stof
- Kleine motjes die wegvluchten als je de kastdeur opent
Wat je nu doet als je ze gevonden hebt
Begin bij de bron en niet bij het gif. Het KAD is daar stellig in, kleding behandel je nooit met bestrijdingsmiddelen. Gelukkig zijn warmte en kou allebei dodelijk voor alle stadia.
- Haal de kast helemaal leeg. Alles eruit, ook wat onbeschadigd lijkt, want eitjes zie je niet.
- Was wat kan op 60 graden. Volgens het KAD is minstens dertig minuten op 60 graden genoeg om motten in alle stadia te doden. Controleer eerst het wasetiket.
- Vries wat niet warm mag. Wol, kasjmier en zijde gaan in een afgesloten zak ongeveer twee weken in de vriezer. Bij min twintig graden sterft alles, zegt het KAD. Een gewone vriezer haalt min achttien, dus neem liever de volle twee weken.
- Stofzuig de kast grondig. Let op de naden, de hoeken en de plint eronder. Gooi de stofzuigerzak daarna direct buiten weg.
- Neem de planken af. Een doek met warm sop is voldoende.
- Hang een feromoonval op. Die vangt mannetjes en laat zien of er nog activiteit is. Een val lost het probleem niet op, maar vertelt je of je aanpak werkt.
Gaat het om een hele verdieping of blijven er na een paar weken nieuwe motten verschijnen, dan is een erkend bestrijder zinvol. Het KAD raadt aan te controleren of die een geldig vakbekwaamheidsbewijs heeft.
Benodigdheden en waar je ze koopt
Je hebt geen dure spullen nodig. Het meeste ligt bij de drogist, de bouwmarkt of een huishoudwinkel als Action, Hema of Blokker.
- Afsluitbare vacuümzakken of opbergzakken met rits, voor wol en seizoenskleding
- Diepvrieszakken van het grote formaat, voor de vriesbehandeling
- Feromoonvallen specifiek voor kleermotten, te vinden bij bouwmarkten en drogisterijen (let op dat je niet de variant voor voedselmotten pakt, want die lokt een andere soort)
- Een stofzuiger met een smal mondstuk voor de naden
- Een zaklamp om in de kast te kijken
- Eventueel cederhouten blokjes of lavendelzakjes, die vooral prettig ruiken en motten hooguit wat afschrikken
Over die laatste zijn we eerlijk. Ceder en lavendel voelen als een oplossing, maar een aanwezige plaag stoppen ze niet. Ze horen bij het voorkomen, niet bij het bestrijden.
Zo blijft je wintergarderobe heel
De beste bescherming is saai. Berg alleen schone kleding op, want vuil en zweet trekken de vrouwtjes aan. Stop wol en kasjmier aan het eind van de winter in een gesloten zak. Hang de kast niet te vol, zodat er licht en lucht bij de kleding komt, en haal elke paar weken eens iets van onderop tevoorschijn. Motten houden van rust, en een kast waar je regelmatig in rommelt is voor hen een slechte plek.
Staat de kast tegen een koude buitenmuur, hou hem dan ook droog. Een vochtige kast is vooral goed nieuws voor de pelsmot, een familielid dat van een vochtige omgeving houdt. Hoe je een kast droog krijgt, lees je in ons stuk over vochtvreters en ontvochtigers.




