Beestjes die op bedwantsen lijken: zo weet je zeker wat er in je bed zit

Inhoudsopgave
Hieronder staat per lookalike waar je op let, met de kenmerken uit de kennisbank van het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD). Begin altijd met het vangen van één exemplaar, want met een beestje in een potje kijk je veel beter dan met een vlek die net onder het dekbed verdwijnt.
Eerst vangen, dan pas oordelen
Pak een stukje doorzichtig plakband of een leeg jampotje en vang het beestje. Leg het een nacht in de vriezer als het nog beweegt. Bekijk het daarna bij daglicht met de loepfunctie van je telefoon of een vergrootglas. Let op vier dingen. Is het lijf plat als een linzenschijfje of juist rond en bol? Heeft het vleugels? Springt het weg als je het aanraakt? En waar zat het precies, op het matras, op de vensterbank of bij de plint?
Een bedwants is volgens het KAD een wants die niet kan vliegen, maar wel snel over wanden en plafonds loopt. Volwassen dieren zijn ongeveer zo groot als een appelpit, plat en ovaal, roodbruin, en na een bloedmaaltijd dikker en donkerder. Ze leven waar mensen slapen en verstoppen zich overdag in naden en kieren rond het hoofdeinde, achter loszittend behang en zelfs in stopcontacten. Een beestje dat springt, vliegt of rond is, is dus al bijna zeker geen bedwants.
Vijf beestjes die vaak voor een bedwants worden aangezien
De vlo
Een vlo is kleiner dan een bedwants, donkerbruin en zijdelings afgeplat, dus smal als je hem van boven bekijkt. Het grote verschil is het springen. Een vlo is weg voordat je hem goed ziet, een bedwants kruipt. Het KAD schrijft dat kattenvlooien algemeen voorkomen in woningen en ook bij honden leven. De larven zitten niet op het dier maar in de mand, onder de vloerbedekking en langs de plinten. Opvallend is dat vlooien na een vakantie massaal uit hun cocon kunnen komen zodra er weer iemand door het huis loopt. Krijg je na thuiskomst ineens beten rond je enkels, dan is een vlo waarschijnlijker dan een bedwants. Ook zonder huisdier kan het, daar schreven we al over in vlooien in huis zonder huisdier.
De zwaluwwants
Dit is de echte dubbelganger, want hij hoort tot dezelfde familie. Volgens het KAD is de zwaluwwants 3 tot 4 millimeter, iets kleiner dan de bedwants, meer oranje van kleur, sterker behaard en met kortere sprieten. Hij leeft in nesten van zwaluwen en soms mussen. In de nazomer en herfst, als de vogels vertrokken zijn, kan hij op zoek naar bloed een woning binnenkomen. Hij bijt mensen soms, maar kan zich met alleen mensenbloed vrijwel niet voortplanten. Zitten de beestjes vooral bij een raam of op een zolderkamer onder de dakrand, kijk dan buiten of daar een oud nest zit.
De tapijtkever en zijn larve
Volwassen tapijtkevers zijn rond, een paar millimeter groot en vaak gevlekt. Ze vliegen naar het licht en zitten daarom vaak op de vensterbank. De larven zijn verwarrender, want ze zijn langwerpig, bruin en harig en liggen soms in het bed of tussen wollen dekens. Wat je ook vindt zijn de lege huidjes, en die lijken op de vervellingshuidjes van bedwantsen. Het verschil zit in de haren en de streepjes. In ons stuk over de tapijtkever staat hoe je de larven opspoort.
De boekenluis of stofluis
Stofluizen zijn volgens het KAD hooguit 4 millimeter, wit, grijs of donkerbruin, en hebben niets met luizen of met stof te maken. Ze zitten juist waar het vochtig is, met een voorkeur voor een luchtvochtigheid rond 75 procent, achter plinten, in kasten en onder laminaat. Je ziet ze bij kozijnen, stopcontacten en behangranden. Ze bijten niet. Zie je ze in de slaapkamer, dan zegt dat vooral iets over vocht, en dat los je op met ventileren. Hoe je ze verder kwijtraakt lees je in boekenluis in huis.
Het rode spintmijtje
Piepkleine rode stipjes die over de vensterbank rennen en een rode veeg achterlaten als je ze platdrukt? Dat is bijna altijd de grasspintmijt, volgens het KAD rond en ongeveer 1 millimeter groot. Ze leeft van gras en loopt in het voorjaar en najaar soms massaal naar binnen via kieren bij ramen. Ze bijt niet en eet niets in huis. De stofzuiger is binnen het beste wapen, en tochtstrip bij het raam voorkomt de volgende golf. Rode beestjes die wel prikken en uit een vogelnest komen zijn vogelmijten, een ander verhaal dat we beschreven in vogelmijt in huis.
De sporen zeggen meer dan het beestje
Heb je niets kunnen vangen, kijk dan naar wat er achterblijft. Bedwantsen laten op het matras en in de naden van de bedbodem kleine zwarte stipjes achter, hun uitwerpselen, die uitlopen als je er met een nat doekje over gaat. Daarnaast vind je soms bloedvlekjes op het laken en lichte, lege huidjes. Het KAD noemt ook een zoetige geur als ze in grote aantallen aanwezig zijn. Vlooien laten juist vuil achter in de mand van de hond of kat, en stofluizen en spintmijten laten helemaal niets zien op het bed.
Ook het patroon van de beten helpt een beetje. Vlooienbeten zitten vaak rond de enkels en onderbenen, bedwantsbeten op plekken die ’s nachts bloot liggen, zoals armen, nek en schouders. Een beet alleen bewijst niets, want iedereen reageert anders. Meer over het herkennen van beten staat in bedwants beet.
Wat je doet als je het zeker wilt weten
Twijfel je na al het kijken nog steeds, dan kun je het beestje opsturen. Het KAD biedt een determinatie aan, waarbij biologen in het lab vaststellen wat het is. Dat is de moeite waard voordat je een bestrijder laat komen, want een bedwantsbehandeling voor iets wat een vlo blijkt te zijn kost geld en lost niets op.
Wat je zelf kunt doen om meer bewijs te verzamelen is vallen plaatsen. Er zijn twee soorten die hier echt helpen. Plakvallen voor kruipende insecten leg je langs de plint naast het bed en bij de vensterbank, zodat je ziet wat er rondloopt. Bedpootvallen, ook wel interceptors genoemd, zijn bakjes met een gladde binnenrand die je onder de poten van het bed zet. Een bedwants die naar je toe of terug wil, raakt erin gevangen. Je vindt plakvallen bij de bouwmarkt, het tuincentrum en winkels als Action en Hornbach, bedpootvallen vooral online. Zie je na een paar nachten niets in de bedpootvallen maar wel vlooien of kevertjes op de plakvallen, dan weet je genoeg.
Wat je beter laat is in paniek alles uit de slaapkamer halen. Het KAD waarschuwt juist dat je bij bedwantsen niets uit de ruimte moet verplaatsen zolang er niet bestreden is, omdat je ze zo door het huis verspreidt. Blijkt het toch een bedwants, lees dan hoe je je eigen bed checkt en waarom gif uit de winkel steeds minder goed werkt.
Benodigdheden voor de controle
- Doorzichtig plakband of een leeg jampotje om een beestje te vangen
- Een vergrootglas of de loepfunctie van je telefoon
- Een zaklamp voor de naden van matras en bedbodem
- Plakvallen voor kruipende insecten (bouwmarkt, tuincentrum, Action)
- Bedpootvallen of interceptors voor onder de poten van het bed (online)
- Een vochtig wit doekje om zwarte stipjes te testen
Het eerlijke antwoord is dat de meeste beestjes op het bed geen bedwantsen zijn. Maar omdat die ene keer dat het wel zo is zo lastig wordt als je het laat lopen, is een kwartiertje goed kijken nooit verspild.





